Naar de inhoud
VoorWerk
VoorWerk 5

8 van 14

Ondernemers geven ondernemingsklimaat dikke onvoldoende

Minder regels, meer duidelijkheid

Wat is er toch aan de hand met ondernemend Nederland? Niet alleen uitzendondernemers geven het Nederlandse ondernemingsklimaat een dikke onvoldoende. Nee, de klachten komen uit vrijwel alle sectoren.

Tekst: Serga van Roon 10 min lezen

Ondernemers zijn van nature optimistisch ingesteld. Ze kijken vooruit, zien kansen. Uitdagingen? Die horen erbij. Maar anno 2025 is een ander geluid hoorbaar. ABU-voorzitter Sieto de Leeuw en ABU-directeur Jurriën Koops horen het uitzenders steeds vaker zeggen: ‘Ondernemen is niet leuk meer.’ Dit geldt niet enkel voor uitzenders. Ook Jacco Vonhof, voorzitter MKB-Nederland, trekt hard aan de bel en niet voor niets. Uit de jaarlijkse ‘Nationale Peiling Ondernemingsklimaat’ blijkt dat liefst 67% van de ondernemers vindt dat de afgelopen vijf jaar het ondernemingsklimaat is verslechterd. Bijna 40% noemt ons land niet aantrekkelijk om in te ondernemen. En een op de vijf ondernemers overweegt te stoppen.

Te ingewikkeld

Ondernemers willen een stip op de horizon: ‘daar gaan we naartoe’. Dan weten ze wat ze moeten doen en dat investeringen zullen lonen. Dat wordt nu gemist. Alarmerend is ook het verhaal van Thecla Bodewes, topvrouw van het eeuwenoude familiebedrijf Thecla Bodewes Shipyards. Bodewes: “Consistent overheidsbeleid ontbreekt. Bovendien creëert Nederland boven op de Europese regels altijd weer extra regels. Ook de stijgende loon- en energiekosten zijn een zorg. Dit schaadt onze internationale concurrentiepositie. De toekomst is uitdagend. Veel Nederlandse werven zijn al verdwenen. Per jaar kijken we: kan het nog?”

Thecla Bodewes
Thecla Bodewes

Oplossingen

Wat zijn oplossingen? Zeker voor het verminderen van de regelbrij en de consistentie van beleid, kijken ondernemers nadrukkelijk naar Den Haag. Vonhof wil wet- en regelgeving die geënt is op vertrouwen, in plaats van wantrouwen. Horecaondernemer Robèr Willemsen gaat een stap verder: “Nederland is uitgepolderd; we komen niet meer tot beleid. Ons land is gebaat bij een ander politiek systeem. Voer een kiesdrempel in, zodat er een duidelijk links of rechts blok ontstaat. Er moet weer geregeerd worden.” Ruimte voor flexibiliteit staat ook hoog op het wensenlijstje. Ofwel: geef bonafide uitzenders wat lucht.

Thecla Bodewes

“Uitdagingen zijn prima. Maar ik mis een gelijk speelveld en consistent beleid”

Thecla Bodewes staat aan het hoofd van Thecla Bodewes Shipyards. Ze is de zevende generatie van een eeuwenoud familiebedrijf en runt vier werven.

“De uitdagingen waar wij voor staan zijn de stijgende loon- en energiekosten en de steeds veranderende wet- en regelgeving in Nederland. Het zijn factoren die onze internationale concurrentiepositie niet ten goede komen. Scheepsbouwers in Azië profiteren van de lage lonen daar, maar wij kunnen niet zomaar mensen uit Vietnam hier laten werken. Ook de steeds veranderende wetgeving rondom flexibele arbeid zorgt voor een ongelijk speelveld op Europees niveau.

Wat onze groei echt belemmert, zijn de regels rondom de bankgaranties. Als iemand voor tien miljoen euro een schip bestelt en een eerste aanbetaling doet, moet er een bankgarantie komen voor de koper. Die regels zijn zo streng geworden; dit lukt niet meer bij banken. Terwijl: wij bestaan al heel lang, hebben alles overleefd. In Nederland kijkt men graag terug. Dan wordt er weer gewezen op het RSV-debacle, maar hoe lang is dat wel niet geleden? We moeten vooruitkijken. We hebben in Nederland maakindustrie nodig als we welvarend willen blijven. Laten we zuinig zijn op onze bestaande industrieën, en op de stevige poot van familiebedrijven daarbinnen. De Nederlandse overheid bestempelt de scheepsbouw als een belangrijke maakindustrie. Er is een apart kantoor voor op het ministerie van Economisch Zaken. Ook vanwege de toenemende geopolitieke druk is dit iets wat we graag in eigen huis willen houden. Dan is het vervolgens ook zaak om dat te gaan faciliteren.

Voor de bankgaranties hebben we een omweg gevonden: verzekeraars dekken het risico. Ook proberen we ons portfolio steeds te verbreden, bijvoorbeeld met de verkoop van scheepsontwerpen. Om de loonkosten te drukken verbeteren we constant werkprocessen. We werken nu bijvoorbeeld met robotlassers. Qua efficiency zitten we echt op de limiet, anders wordt het problematisch. Wat wij voor hebben op andere werven, is dat onze schepen technisch zeer geavanceerd zijn, relatief schoon en duurzaam. Daardoor kunnen rederijen besparen op brandstof, en dat is in deze sector een heel groot voordeel. Door die proces- en productinnovatie kunnen we de concurrentie met de Chinese en Indiase werven nog aan.

Ik ben ondernemer. Uitdagingen zijn prima. Maar wat ik daarbij wel nodig heb is consistent overheidsbeleid en een gelijk speelveld. Die consistentie ontbreekt. Bovendien weet Nederland boven op de Europese regels altijd weer een eigen weg te zoeken en extra regels te creëren. De toekomst is uitdagend. Veel Nederlandse werven zijn al verdwenen. Per jaar kijken we: kan het nog? De risico’s zijn groot. Als het niet meer gaat, gooien we het roer om of stoppen we. Ik wil me niet laten verrassen door een faillissement. Mede daarom zet ik me ook in voor de sector als geheel. We moeten collectief optrekken, echt samenwerken. Nederlandse schepen hebben wereldfaam. Hoe klein we ook zijn, iedereen kent ons als maritiem land. Als na vijf jaar een schip op het droge gaat en de hoofdinspecteur zegt: ‘Je kunt zien dat dit schip in Nederland is gebouwd’, maakt dat me trots.”

Thecla Bodewes over de arbeidsmarkt:

Roober Willemsen
Roober Willemsen

“De uitzendbranche kan bijdragen aan een wendbare arbeidsmarkt door te zorgen voor een goed opgeleide flexibele schil die snel effectief en productief inzetbaar is, bijvoorbeeld voor een baan in de techniek. De veranderende arbeidsmarkt vraagt dat werkgevers en uitzenders samen investeren in het goed opleiden of omscholen van mensen, en in ons geval het promoten van technische beroepen in de industrie op alle niveaus, zowel voor de gouden handen als de slimme koppen.”