Naar de inhoud
VoorWerk
VoorWerk 4

1 van 15

Voorwoord

Sieto de Leeuw: “Generatie Z watjes? Laten we leren van de geschiedenis!”

Jongeren van nu worden vaak weggezet als de ‘watjes van de arbeidsmarkt’. Let wel, ook al ben ik zelf een Boomer: mijn woorden zijn het niet. Al zo lang ik me kan heugen, hebben ouderen wel iets te klagen over jongeren. Toen ik jong was, werd de jeugd weggezet als ‘langharig, werkschuw tuig’. De generatie die daarop volgde, de generatie X, werd ook wel bestempeld als de ‘patatgeneratie’. Dit vanwege hun vermeende gebrek aan discipline en werklust. Met de kennis van nu kunnen we wel zeggen dat dat meer dan goed is gekomen.

2 min lezen

Wat deze generatie wel echt anders maakt dan vroeger – mijn eigen dochters houden me regelmatig een spiegel voor – is het feit dat zij zijn opgegroeid met social media en nieuwe technologie. Het vormt hen, maar het betekent ook dat er veel impulsen op hen afkomen. In werk zijn ontplooiing, flexibiliteit en – daar heb je hem weer – een goede verhouding tussen werk en privé belangrijke prioriteiten. Ze weten uitstekend wat ze wel en niet willen. Hoe dan ook: het past niet om jongeren te vertellen wat goed voor hen is. Ze moeten hun eigen weg vinden. Als branche doen wij eenvoudig wat wij bij alle doelgroepen doen: heel goed luisteren en inspelen op specifieke behoeftes. Wat daarbij zeker helpt, is dat de gemiddelde intercedent ook vrij jong is. In het themaverhaal op pagina 20 gaan experts Paul de Beer en hr-directeur Joska Ruske van YoungCapital dieper in op Generatie Z en hoe je als (uitzend)werkgever goed inspeelt op hun behoeftes.

Nu we het toch over jongeren hebben: op de arbeidsmarkt wordt steeds pijnlijker voelbaar dat het mbo niet erg populair is onder hen. Lees vooral het interview met recruiter Arjan Elbers op pagina 12. Deze zelfbenoemde vakidioot breekt een lans voor het middelbare beroepsonderwijs. Ik ben het volledig met hem eens. Een herwaardering van het mbo is hard nodig, als wij in Nederland vitale sectoren goed willen laten blijven functioneren en de economie draaiende willen houden. Elbers wijst ons op de cijfers: de top twintig-krapteberoepen – waar ook de lonen het hardst stijgen – zijn allemaal mbo-functies. Zeker in dat licht zijn de huidige bezuinigingen op het onderwijs onbegrijpelijk. De realiteit van de arbeidsmarkt lijkt maar moeizaam door te dringen in Den Haag.

Herwaardering van het mbo is echter niet alleen een Haagse taak. Het is ook aan ouders, die soms tegen beter weten in, hun kind richting havo en hbo ‘duwen’. En het is ook aan ons, als branche, om de kansen in sectoren als zorg en techniek nog beter zichtbaarder te maken. Een heel mooi voorbeeld daarvan is te lezen op pagina 31. ESPEQ gunde ons een kijkje achter de schermen van jongeren op hun ESPEQ-Bouwopleidingen Campus. Het is een schoolvoorbeeld van hoe het onderwijs en het bedrijfsleven samen kunnen werken om jong talent te inspireren en te vormen voor een succesvolle toekomst in de bouwsector. Zo organiseert ESPEQ ontdekkingsdagen met als doel jongeren enthousiast maken voor een carrière in de bouw en hen begeleiden op een route naar vakmanschap, persoonlijke groei en een betekenisvolle rol in de sector.

In dat kader is het goed nieuws dat ons door het ministerie van SZW een mooie subsidie is toegekend om extra werk te maken van duurzame inzetbaarheid in de uitzendbranche. Samen met de NBBU, Doorzaam en Hogeschool Utrecht gaan we onderzoeken hoe we duurzame loopbanen kunnen creëren voor uitzendkrachten en hun positie op de arbeidsmarkt kunnen verbeteren. Een uitstekend idee!