Naar de inhoud
VoorWerk
VoorWerk 7

1 van 16

Voorwoord

Sieto de Leeuw: “Goed werk is zeggen: ik mág nog zeven jaar.”

“Goed werk. Dat is het thema van deze editie. Dagelijks zetten onze leden zich in om goed werk mogelijk te maken voor uitzendkrachten. Of dat nu jongeren zijn of ouderen, Nederlanders of internationale medewerkers, mensen met een beperking of statushouders. Iedereen verdient een kans op de arbeidsmarkt en wij geven die. Maar wat betekent goed werk precies? Het antwoord is waarschijnlijk afhankelijk van degene aan wie je het vraagt, maar voor mij betekent het dat je met plezier naar je werk gaat, dat er perspectief is, een adequate beloning en een goede, veilige werkomgeving. Er zijn twee soorten mensen. De ene soort zegt op zijn zestigste: ‘Ik moet nog zeven jaar’. De ander zegt: ‘Ik mág nog zeven jaar’. Ongetwijfeld geen sluitende definitie, maar toch.

2 min lezen

De manier waarop ABU-uitzenders invulling geven aan goed werk, wordt mooi verwoord door Leo van der Pol op pagina 8. Hij gaat vooral in op onze ambities en onze koers richting 2030. Maar ook nu doen we al veel. Denk aan onze nieuwe CAO voor Uitzendkrachten, een cao die echt het verschil maakt. Vanaf 1 januari 2026 is het totale pakket aan arbeidsvoorwaarden van uitzendkrachten minimaal gelijkwaardig aan dat van mensen in vaste dienst. Voor uitzendkrachten betekent dit echt een stap vooruit, in inkomen en zekerheid. Wij zijn trots op deze cao. Tegelijkertijd realiseer ik me heel goed dat de invoering van deze cao zeer veel vraagt van onze uitzenders, met name op het vlak van gelijkwaardige beloning. Als ABU doen we er alles aan om hen hierbij te ondersteunen.

Kortom, we timmeren hard aan de weg. En daar kunnen we best wat Haagse hulp bij gebruiken. Het is wellicht een lastige opdracht met de verkiezingen in aantocht, maar ik hoop dat de focus in politiek Den Haag meer komt te liggen op wat voor de lange termijn nodig is voor ons land en minder op snel scoren. Het mooie is dat alle partijen hetzelfde willen, namelijk: malafide uitzenders bestrijden. Het is het ‘hoe’ waarover we van mening verschillen. Het schot hagel waarnaar men nu steeds grijpt, treft vooral de bonafide uitzenders. Dat is eeuwig zonde: juist door mensen aan het werk te helpen en te houden, hen te ontwikkelen, leveren we als branche immers een belangrijke bijdrage aan de uitdagingen waar Nederland voor staat. Denk aan de energietransitie, de woningbouw en de zorg. Overigens staat de ABU niet alleen in zijn roep om een meer duurzame overheid. Meer consistentie en minder regeldruk is een breed gedragen wens van ondernemend Nederland. ‘Ondernemingen kunnen alleen investeren, groeien en bijdragen aan maatschappelijke opgaven als beleid minder complex en meer koersvast is,’ stelt ook Marcel Los van ASML in het interview op pagina 12.

Terug naar goed werk. Een van de meest prikkelende stellingen in dit nummer is afkomstig van Robert Boulogne van Achmea. De mens als middel om bedrijfsdoelen te behalen? Een achterhaalde manier van denken, zo meent hij. Hij ziet een kanteling ontstaan in Nederland naar duurzaam werkgeverschap waarbij de mens niet langer een middel is, maar een doel op zich. Veel ABU-leden zullen zich hierin herkennen. Ik houd het voor nu bij mijn eigen definitie van goed werk. Hoewel ik de zestig al een tijdje gepasseerd ben, zeg ik: ‘Ik mág nog even’.”