Naar de inhoud
VoorWerk
VoorWerk 11

7 van 14

De Wtta in de praktijk: wie mag straks nog uitzenden?

“We gaan naar een kleinere, maar professionelere sector”

De uitzendbranche staat aan de vooravond van de grootste stelselwijziging in ruim 25 jaar. Met het nieuwe toelatingsstelsel mogen straks alleen nog uitzend- en payrollorganisaties opereren die aan strenge eisen voldoen. “Het moet afgelopen zijn met partijen die zich niet aan de regels houden en daarmee oneerlijk concurreren.”

Tekst: Albert Reinders 8 min lezen

Tugba Karabulut
Tugba Karabulutprogrammamanager Marktregulering bij de ABU

“Er zijn nu ruim vierduizend uitzenders aangesloten bij het SNA-keurmerk, maar daarnaast opereren mogelijk nog duizenden andere partijen. Hoeveel precies weten we niet eens,” vertelt Tugba Karabulut, programmamanager Marktregulering bij de ABU. Dat maakt het volgens haar moeilijk om grip te houden op kwaliteit en naleving. “Veel uitzenders laten zich niet vrijwillig controleren op naleving van wet- en regelgeving, waardoor hun professionaliteit onvoldoende zichtbaar is. Dat is problematisch, omdat fouten in de intermediaire dienstverlening gevolgen hebben voor werkenden én de reputatie van de sector. Dat werkt niet meer. De lat moet omhoog.”

Van prijs naar kwaliteit

De ABU pleitte daarom al in 2020 voor meer kwaliteit in de branche met een 14-puntenplan. Een groot deel van die voorstellen is nu terug te vinden in de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) die vanaf 1 januari 2027 ingaat. Het belangrijkste verschil met de huidige situatie: uitzenders moeten straks worden toegelaten om actief te mogen zijn. “Dat betekent dat kwaliteit niet langer vrijblijvend is,” zegt Karabulut. “Je moet aantonen dat je je processen op orde hebt, dat je wet- en regelgeving naleeft en dat je werknemers correct behandelt. Wie dat niet kan, wordt niet toegelaten of verliest z’n toelating.”

Volgens haar verschuift daarmee ook het businessmodel van de branche. “Met het toelatingsstelsel verschuift de concurrentie van prijs naar kwaliteit. Zonder toelating mag je er niet zijn; met een toelating toon je aan dat je compliance op orde is. Daardoor gaan eerlijke bedrijven zich vooral onderscheiden op kwaliteit. Dat is precies de prikkel die we willen in de sector: kwaliteit moet belangrijker worden dan prijs.” Maar niet iedere partij zal de professionaliseringsslag kunnen maken die nodig is om een toelating te krijgen en op kwaliteit te concurreren, verwacht ze. “De sector zal wellicht kleiner worden, maar ook professioneler.”

Samenwerking wordt cruciaal

Voor uitzend- en payrollorganisaties betekent het toelatingsstelsel een enorme operatie. Naast nieuwe regelgeving moeten zij hun systemen, controles en processen aanpassen. “Onze leden maken eigenlijk in korte tijd twee enorme veranderingen tegelijk mee,” zegt Karabulut. “De invoering van gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden in de nieuwe cao én het toelatingsstelsel per 1 januari volgend jaar. Hoewel onze leden met SNA- en ABU-keurmerk optimaal staan voorgesorteerd, vraagt dat ontzettend veel van organisaties.”

Compliance wordt daarmee een bepalende factor in het succes van een uitzender. En dat raakt niet alleen de uitzender zelf, benadrukt Karabulut. “Ook opdrachtgevers krijgen een grotere verantwoordelijkheid. Zij mogen alleen samenwerken met een toegelaten partij; anders riskeren zij een hoge boete van de Arbeidsinspectie. Opdrachtgevers hebben er ook alle belang bij om samen te werken met een partij die zijn zaken op orde heeft. Je wilt als opdrachtgever immers niet plots zonder uitzendkrachten komen te zitten omdat de toelating van de uitzender is ingetrokken. Dat vraagt om nauwere samenwerking tussen uitzender en opdrachtgever om aan de nieuwe regels te kunnen voldoen.”

Voor werkenden moet het nieuwe stelsel juist meer zekerheid bieden. “Werknemers kunnen straks in het openbare register controleren of een uitzender is toegelaten. Daarmee weten ze dat hun werkgever gecontroleerd wordt op naleving van regels en correcte beloning. Dat geeft extra bescherming.”

Het toelatingsstelsel staat of valt met effectieve handhaving. Als niet-toegelaten partijen toch actief blijven, ondermijn je het hele systeem.

Tugba Karabulut, programmamanager Marktregulering bij de ABU

Grootste zorg: de handhaving

Toch ziet Karabulut ook risico’s. De grootste zorg zit volgens haar in de uitvoering en handhaving van het stelsel. “Het toelatingsstelsel staat of valt met effectieve handhaving. Als niet-toegelaten partijen toch actief blijven, ondermijn je het hele systeem. Dan beloont het systeem eigenlijk kwaadwillende uitzenders met een concurrentievoordeel door lagere kosten, in plaats van dat het hen uit de markt haalt. Dat mag niet gebeuren.”

Daarnaast waarschuwt ze voor te rigide uitvoering. “Je wilt voorkomen dat een ondernemer door een kleine fout zijn toelating verliest. De gevolgen zijn enorm: zonder toelating kun je je deuren sluiten en komen alle werknemers op straat te staan.” Volgens Karabulut vraagt dat om een zorgvuldige balans tussen regulering en werkbaarheid. “In de sector is draagvlak voor de nieuwe, strengere regels die voortvloeien uit de Wtta. Maar die regels moeten in de praktijk wel werkbaar zijn. En de belofte van minder oneerlijke concurrentie en een gelijk speelveld moet ook echt worden waargemaakt.”

Om het toelatingsstelsel te laten slagen is samenwerking nodig. Karabulut: “De overheid kan en wil dit niet alleen doen. Ook de ABU heeft hierin een belangrijke adviesrol en werkt daarin samen met de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU) en toezichthouders.”

Ondanks de uitdagingen blijft Karabulut positief over de richting die de sector opgaat. “Als het stelsel goed werkt, krijgen we een professionelere branche, meer kwaliteit en een eerlijker speelveld. Over vijf jaar verwacht ik een kleinere, maar sterkere markt. Maar hopelijk hebben we dan ook een sector waarin alleen partijen actief zijn die hun werkgeverschap echt op orde hebben. Eerlijke partijen mogen niet langer worden weggeconcurreerd door malafide bureaus. Er moet meer ruimte komen voor goed werk. Compliance en kwaliteit moeten worden beloond.”