Hoe organiseer je werk als wonen niet meer vanzelfsprekend is?
Scheiding van bed en baan
Arbeidsmigranten zijn onmisbaar voor veel sectoren, maar passende huisvesting staat steeds meer onder druk. Om de positie van arbeidsmigranten te versterken, wil de politiek wonen en werken van elkaar loskoppelen. Dat biedt meer zelfstandigheid en bescherming, maar roept ook nieuwe vragen op. Hoe zorg je ervoor dat mensen nog steeds toegang hebben tot werk én een goede woning? En welke rol spelen uitzenders daarin? Veel is nog onduidelijk, zo blijkt.
Dat huisvesting voor arbeidsmigranten goed geregeld moet zijn, staat buiten kijf. De ABU omarmde de adviezen van de commissie-Roemer in 2020, waar de scheiding van bed en baan een onderdeel van was.
Rob Niesen, algemeen directeur van AB Werkt, is voorstander van het scheiden van wonen en werken mits alles goed georganiseerd wordt. “Daar zit onze aarzeling. Wij zijn honderd procent compliant. Maar gaat een huisvestingspartij dat ook zijn? De grootste uitdaging is de kwaliteit van het woningaanbod en het volume. Zijn er voldoende goede woningen, dicht bij de werkplek? Ik ben bang dat als er een tekort aan bedden van betrouwbare partners is, malafide partijen daar een slaatje uit slaan.”
AB Werkt houdt de huisvesting vooralsnog in eigen hand. “Goede huisvesting is zeer relevant voor migranten. Daarom willen we dit nu nog niet loslaten. Nu hebben we grip. Want ik vraag me ook af: blijven onze uitzendkrachten wel een eerlijke prijs betalen als wij de huisvesting niet meer regelen? Want ja, wij kiezen onze huisvestingspartner uit, maar zij bepalen de prijs. Wat als die woningen opeens een stuk duurder worden?”
Voor veel uitzenders zit daar precies het dilemma. Goede huisvesting is geen doel op zich, maar wel een belangrijke voorwaarde om mensen aan het werk te helpen en aan het werk te houden.
Zoektocht naar een nieuw evenwicht
Peter Loef, programmamanager Arbeidsmigratie bij de ABU, ziet dezelfde spanning: “In een ideale wereld zou deze scheiding een wenkend perspectief bieden voor uitzenders. Je hebt niet langer de sores van het huisvesten en kunt je volledig focussen op je core business. Alles wordt transparanter. Maar de wereld is niet ideaal. Huisvesting is voor een uitzendbureau op dit moment een asset. Internationale medewerkers zoeken vanuit het buitenland heel specifiek naar een uitzendbureau dat huisvesting aanbiedt. Dat is niet alleen praktisch, het biedt hen vooral de zekerheid van een dak boven het hoofd. Ook bij hen is namelijk bekend dat er krapte op de woningmarkt is en zij niet kunnen concurreren met Nederlandse woningzoekenden. Dus zolang dit niet verandert, is het loslaten van huisvesting voor veel uitzendbureaus een begrijpelijke ‘no-go’.
Navelstreng doorknippen
Ook op andere vlakken zitten er nogal wat haken en ogen aan het scheiden van werk en woning. Loef: “Veel is nog onduidelijk. Hoe gaan we de navelstreng doorknippen? Wanneer en met wie? Zijn er voldoende betrouwbare partijen geïnteresseerd om de huisvesting over te nemen? Is er voldoende huisvesting beschikbaar wanneer je die nodig hebt? Wat betekent de huidige situatie voor je lopende contracten met derden? Je planning? En op welk moment durf je als uitzender te zeggen: nu maken we de knip, we vertrouwen erop dat een derde partij dit goed kan?”
Loef wijst ook op de gevolgen die de scheiding van wonen en werken kan hebben voor de bescherming van arbeidsmigranten. “Nu zijn er afspraken gemaakt over de kwaliteit van huisvesting en de kosten die daarvoor mogen worden ingehouden. Als huisvesting straks volledig onder het huurrecht valt, roept dat nieuwe vragen op. Hoe borgen we de kwaliteit van woningen? Hoe voorkomen we misstanden? En hoe zorgen we ervoor dat het voor werkgevers en huisvesters werkbaar blijft? Als ABU zijn we daarom volop in gesprek met ketenpartners. We willen gezamenlijk, publiek en privaat, een plan maken voor een toekomst waarin wonen en werken beter gescheiden zijn, maar arbeidsmigranten wel kunnen rekenen op goede huisvesting en toegang tot werk. Dat plan willen we binnenkort aan het Ministerie van Volkshuisvesting aanbieden.”
Handhaving
ABU-leden staan er verschillend in, zo merkt Loef. “Sommige uitzenders zijn verbolgen. Zij redeneren: we hebben als bonafide deel van de sector hard gewerkt om met SNF een onderscheidend keurmerk in te richten. En we hebben in de cao private huur- en huurprijsbescherming ingevoerd. Er is enorm geïnvesteerd. Bijkomende frustratie is dat niet-leden dat niet hoefden te doen. ABU-uitzenders zijn klanten kwijtgeraakt omdat zij te duur werden. Op zich goed dat dit nu in de wet wordt opgenomen en het speelveld gelijk wordt, maar gaat er dan ook strak worden gehandhaafd?”
Tegelijkertijd zijn er ook uitzenders die inmiddels volledig aan het ontvlechten zijn. Loef: “Als je dit met een aantal professionele verhuurders op een verantwoorde manier kunt organiseren, is dat verstandig. Het is dan wel te hopen dat er een overgangstermijn komt voor wat betreft de wijzigingen in de huurwet. De bedoeling is dat die op 1 juli 2027 of 1 januari 2028 van kracht wordt. Want dat zou betekenen dat de 85.000 gecertificeerde woonplekken in het stedelijk gebied groter moeten worden. Maar je hebt niet zomaar geregeld dat daat, als dat al kan, een of twee meter bijkomt. En dan raak je opnieuw uitzendondernemingen die het allemaal goed willen regelen.”
Huisvester tegen wil en dank
Die aarzelingen ten spijt, stopt Niesen maar wat graag met het huisvesten van zijn arbeidsmigranten. “Wij zijn huisvester tegen wil en dank. Anders dan Den Haag denkt, is huisvesting van arbeidsmigranten voor ons geen verdienmodel. We leggen erop toe. Als ik dit op een goede manier kan overdragen, doe ik dat morgen. Want dat scheelt heel veel tijd en moeite. Als uitzender zijn wij van werk, van bestaanszekerheid. Er zal meer ruimte ontstaan om ons daarmee bezig te houden. En wat ik tot slot ook heel positief vind aan de huidige situatie, is dat alle betrokken partijen overleggen. De ABU, gemeenten, het ministerie, de provincies. Dat miste ik in het verleden en die verbinding is er nu wel.”