Inzicht in de wereld van…
Jongeren en hun weg naar werk
Jongeren betreden een arbeidsmarkt die volop in beweging is. AI verandert taken en functies, de economie is minder uitbundig en werkgevers zijn kritischer. Toch is volgens arbeidsmarktexpert Geert-Jan Waasdorp de arbeidsmarkt voor jongeren nog altijd sterk. De grootste uitdaging is niet het verdwijnen van banen, maar de veranderende weg ernaartoe.
Wie alleen naar de werkloosheidscijfers kijkt, ziet een gunstig beeld. De algemene werkloosheid in Nederland ligt rond de 4 procent en onder jongeren rond de 9 procent. Dat laatste percentage lijkt hoog, maar is volgens Waasdorp, directeur van Intelligence Group, niet uitzonderlijk. “Jongeren wisselen vaker van baan en zijn daardoor vaker tijdelijk werkloos. Ook speelt een seizoenseffect: na het afstuderen komt ieder jaar een nieuwe groep de arbeidsmarkt op.”
Er zijn in Nederland op dit moment geen grote zorgen over de jeugdwerkloosheid, stelt Waasdorp. Samen met Maike Krijnen onderzocht hij voor het rapport Jongeren, AI en de arbeidsmarkt wat AI betekent voor starters. “Internationaal zien we de jeugdwerkloosheid in verschillende landen oplopen en wordt al snel naar AI gewezen. Voor Nederland is daar geen bewijs voor.”
Minder vanzelfsprekend
Dat betekent niet dat jongeren niets merken van de veranderende arbeidsmarkt. Na jaren van extreme krapte is het vinden van een eerste baan minder vanzelfsprekend geworden. Traineeships zijn teruggelopen, detacheerders nemen minder starters aan en in verschillende kennisintensieve sectoren is het aantal juniorvacatures gedaald.
Dat vraagt om een omslag, stelt Waasdorp. Jongeren die de afgelopen jaren zagen hoe voorgangers soms al vanuit de collegebanken werden geworven, komen nu in een andere werkelijkheid terecht. “Een paar jaar geleden kon je zes keer solliciteren, vijf keer worden uitgenodigd en vier aanbiedingen krijgen. Nu kun je na zes sollicitaties misschien één keer worden uitgenodigd.”
Daar wringt volgens hem het verwachtingspatroon. Niet alleen over de snelheid waarmee een baan wordt gevonden, maar ook over salaris, werktijden en arbeidsvoorwaarden. “De arbeidsmarkt is nog steeds gunstig,” benadrukt Waasdorp, “maar niet meer zo uitzonderlijk gunstig als enkele jaren geleden.”
AI verandert vooral de eerste trede
Ook AI speelt een rol, maar een genuanceerdere dan soms wordt gedacht. Het onderzoek van Intelligence Group laat zien dat generatieve AI vooral routinematige taken kan overnemen die traditioneel bij starters terechtkomen: informatie zoeken, samenvatten, analyses maken of een eerste versie van een tekst opstellen. Daardoor verandert de inhoud van sommige instapfuncties.
“In Nederland is vooralsnog echter geen sprake van massaal baanverlies door AI,” constateert Waasdorp. “Wel zijn er vroege signalen dat de instroom in bepaalde functies afneemt. Zo daalde het aantal startersvacatures in onder meer administratie, callcenters en marketing de afgelopen jaren met 30 tot ruim 40 procent.”
Volgens Waasdorp is het te eenvoudig om die ontwikkeling volledig aan AI toe te schrijven. “Economische afkoeling, hogere kosten, regelgeving en geopolitieke onzekerheid bij werkgevers spelen eveneens een rol. Bovendien kan de verwachting dat AI werk gaat overnemen al invloed hebben op personeelsbeleid, nog voordat dat technisch daadwerkelijk gebeurt.”
Op langere termijn ziet hij juist kansen voor jongeren. “Jonge mensen hebben een enorm adoptievermogen. De behoefte aan mensen die AI goed weten toe te passen zal toenemen. Ook de investeringen in onder meer defensie, veiligheid, energie, bouw en water zorgen voor nieuwe vraag naar personeel. Voor praktisch opgeleide jongeren zijn de vooruitzichten helemaal gunstig. Jongeren met een vakopleiding zijn de goudhaantjes van de Nederlandse arbeidsmarkt!”
Werkervaring telt
Door de veranderende arbeidsmarkt verschuift ook de blik op wat iemand moet kunnen. “Diploma’s en vakkennis blijven relevant, maar vaardigheden, gedrag en praktijkervaring worden belangrijker.” Waasdorp noemt daarbij opvallend eenvoudige eigenschappen: willen werken, komen opdagen, afspraken nakomen, communiceren, kritisch denkvermogen en kunnen omgaan met tegenslag.

Juist nu kennis dankzij AI gemakkelijker toegankelijk wordt, krijgen zulke menselijke vaardigheden meer gewicht. Ook werkervaring tijdens de studie kan daardoor belangrijker worden. “Vier jaar werken bij de Lidl kan inmiddels meer waard zijn dan alleen actief zijn bij een studentenvereniging. Langdurige werkervaring laat iets zien over discipline, doorzettingsvermogen, realiteitszin over werken en het vermogen studie en werk te combineren.”
Daarbij ziet hij mentale weerbaarheid als een aandachtspunt. “Ziekteverzuim en uitval onder jongeren nemen toe en werkgevers maken zich zorgen over het vermogen van jonge medewerkers om met druk en tegenslag om te gaan. Wat daar precies achter zit, is niet eenvoudig vast te stellen. Mogelijke verklaringen lopen uiteen van de nasleep van corona tot opvoeding en socialemediagebruik. Maar het overgrote deel van de jongeren is natuurlijk gewoon gemotiveerd aan het werk.”
De arbeidsmarkt leren kennen
Een fundamenteler probleem is volgens Waasdorp dat veel jongeren onvoldoende weten hoe de arbeidsmarkt werkt. Jarenlang hoefden scholen daar minder nadruk op te leggen: studenten werden soms al vóór hun afstuderen door werkgevers benaderd. Nu de markt normaliseert, blijkt die voorbereiding weer hard nodig. “Veel jongeren weten niet goed hoe ze een cv moeten maken, hoe ze moeten zoeken of wat ze van een sollicitatieprocedure kunnen verwachten.” Dat is niet alleen een verantwoordelijkheid van jongeren zelf. Scholen, werkgevers en arbeidsmarktprofessionals hebben volgens Waasdorp een belangrijke rol in het overbruggen van de afstand tussen onderwijs en werk. Daar ziet hij nadrukkelijk kansen voor de uitzendbranche. “Uitzendorganisaties weten immers precies waar werkgevers naar zoeken, hoe vacatures tot stand komen en wat nodig is om iemand succesvol aan werk te helpen. De uitzendbranche weet, beter dan wie ook, hoe de arbeidsmarkt werkelijk werkt.”
Die kennis kan volgens Waasdorp veel actiever worden ingezet. Niet pas wanneer een jongere zich bij een uitzendbureau meldt, maar bijvoorbeeld al op scholen, rond stages en aan het einde van een opleiding. “Intercedenten en recruiters kunnen jongeren uitleggen hoe de arbeidsmarkt werkt, helpen bij het maken van een cv en realistische verwachtingen meegeven. En als ze dan toch bezig zijn, misschien ook succesvol bemiddelen.”
Van bemiddelaar naar gids
“Wie jongeren vroeg helpt hun weg op de arbeidsmarkt te vinden, bouwt ook een relatie op met het talent dat werkgevers de komende jaren hard nodig hebben. Want ondanks alle verhalen over AI en verdwijnende banen blijft één ontwikkeling overeind: Nederland vergrijst en jonge werknemers worden schaarser. De eerste trede van de carrièreladder verdwijnt daarmee dus niet. Voor werkgevers en arbeidsbemiddelaars ligt de opdracht om die trede bereikbaar te houden én jongeren te helpen hem te vinden.”
De arbeidsmarkt is voor jongeren nog steeds gunstig, maar niet meer zo gunstig als enkele jaren geleden